Kort nieuws

Korte nieuwtjes, opinies, columns,... het lichtere werk

© Jimmy Kets

05/01/2016

Kerncentrales liggen niet toevallig in grensgebied

Kerncentrales liggen (verdacht) vaak in de buurt van een nationale grens. Werden ze daar misschien bewust neergezet om de buurman te laten meedelen in de fall-out, moest het ergste scenario realiteit worden? Of hebben we iets over het hoofd gezien?

Toch kunnen we er niet omheen. Als je de kaarten erbij neemt, lijken veel kerncentrales welhaast met opzet neergepoot vlakbij nationale grenzen. De vier reactoren van de centrale van Doel staan op nog geen kilometer van de Nederlandse grens. De inwoners van de provincie Zeeland volgen de huidige negatieve berichtgeving rond de centrale dan ook met stijgende bezorgdheid. Al vergeten ze dan wel even dat ook de (Nederlandse) centrale van Borssele in hun achtertuin ligt. En ja, ook die kampte in het recente verleden al met technische mankementen – maar weliswaar niet met reactorscheurtjes.

Nog opvallender is de locatie van de kerncentrale van Chooz, in de gelijknamige Franse gemeente die deel uitmaakt is van de zogenaamde Pointe de Givet. Deze uitstulping van het Franse grondgebied maakt dat de centrale zowat volledig door Belgisch grondgebied is omringd. En alsof dat niet genoeg is, staat er in Gravelines (in de Franse Westhoek), op slechts 30 kilometer van de Vlaamse grens, een van de oudste Franse kerncentrales.

Maar België is niet het enige land in Europa dat ‘omsingeld’ is door nucleaire installaties. De (alweer Franse) centrale van Fessenheim, in de Elzas, ligt op een boogscheut van zowel Duitsland als Zwitserland. De centrale van Emsland (in de Duitse deelstaat Nedersaksen) ligt vlakbij het Nederlandse Emmen en op slechts een tiental kilometer van Nijmegen en Arnhem treffen we de vroegere Duitse kweekreactor van Kalkar (in Noordrijn-Westfalen) aan. Om van de beruchtste aller kerncentrales maar te zwijgen: vanaf Tsjernobyl, dat in Oekraïne ligt, is het slechts tien minuutjes rijden naar Wit-Rusland – toegegeven: ten tijde van de ramp in 1986 was dit slechts een regionale grens.

Het is dus verleidelijk om in de keuze van de site van al deze kerncentrales kwade wil te zien. Als er zich een incident voordoet, wordt de schade verdeeld over zowel de eigen bevolking als die van het buurland. En als de wind even ‘meezit’, waait de nucleaire fall-out zelfs grotendeels de grens over.

Toch is dat niet de belangrijkste reden waarom we kerncentrales vaker aantreffen in de periferie dan in het centrum van een land. ‘We vergeten dat er nog iets is dat grensregio’s in Europa vaak gemeen hebben’, zegt Stan Ulens, die eind jaren zeventig directeur was van de kerncentrale van Doel. ‘Bij rivieren stijgt het debiet doorgaans naarmate ze naar zee stromen. Omdat er in België geen grote stromen in de Noordzee uitmonden, is het debiet bij ons dus per definitie het hoogst aan de grenzen van ons land. Een hoog debiet, zoals in de Schelde ter hoogte van Doel, is een noodzakelijk voorwaarde voor een kerncentrale, want die heeft voortdurend koelwater nodig.’

Ook Frankrijk kan dat argument meteen inroepen ter verdediging van z’n centrale in Chooz. Want vlak voordat de Maas België binnenstroomt, is het debiet er het hoogst. Hetzelfde geldt voor Duitsland: het debiet van de Eems en de Rijn stijgt naarmate Nederland in zicht komt. Wat de centrale van Gravelines betreft: die wordt gekoeld met zeewater uit de Noordzee, en daar zit het debiet altijd wel goed.

Maar wacht eens even. Gas-, kolen- en biomassacentrales moeten toch ook worden gekoeld? Waarom vinden we die dan wél kriskras over het Belgische grondgebied verspreid?

Het klopt dat deze centrales ook koelwater nodig hebben, alleen is hun capaciteit vaak kleiner dan een kerncentrale. Bovendien heeft een kerncentrale sowieso veel meer koelwater nodig. Voor klassieke centrales volstaat daarom vaak een kanaal of een kleinere rivier in het binnenland met een (veel) lager debiet.

Tot slot nog dit: hoe kouder het koelwater van rivier of zee, hoe efficiënter de centrale. Daarom recupereren kerncentrales hun koelwater meestal via koeltorens. Als ze het lozen zou de rivier opwarmen. Het verklaart waarom bijvoorbeeld de centrale van Gravelines geen koeltorens nodig heeft (de Noordzee kan dat beetje extra warmte wel aan) en waarom kerncentrales in Scandinavië doorgaans een tikkeltje efficiënter zijn dan in Spanje.