Kort nieuws

Korte nieuwtjes, opinies, columns,... het lichtere werk

© Photo12

15/09/2016

Een nachtmerrie met een happy end

Uw nachtmerries sturen naar een happy end? Het kan. Het gaat alleen een beetje anders dan u misschien hoopt.

Mensen met een psychische stoornis hebben vaak te kampen met afschuwelijke nachtmerries. Maar met een specifieke techniek, imagery rehearsal therapy, wordt aan die angstdromen een opbeurend slot gemonteerd.

Dat zegt Annette van Schagen, klinisch psycholoog aan de Stichting Centrum ’45 in het Nederlandse Oegstgeest, een instelling waar mensen worden behandeld met psychotraumatische klachten ten gevolge van geweld, oorlog of vervolging. Van Schagen promoveert binnenkort aan de Universiteit Utrecht – waar ze ook het vak ‘slaapstoornissen’ doceert – op het voorkomen en behandelen van nachtmerries bij mensen met een psychische aandoening.

Een nachtmerrie is meer dan een enge droom
Een nachtmerrie is niet hetzelfde als een enge droom. Dromen doen we enorm veel, gemiddeld één keer per slaapcyclus (we maken ’s nachts ongeveer vijf slaapcycli van elk 90 minuten door). Maar slechts een fractie van onze dromen kunnen we ons ’s ochtends herinneren. Twintig tot dertig procent daarvan zijn dromen die we doorgaans nachtmerries noemen.

Slaapexperts spreken echter maar van een nachtmerrie als de inhoud van de droom zo angstwekkend of afschuwelijk is dat hij je niet alleen tijdens de nacht teistert, maar ook je hele dag om zeep helpt.

Twee procent van de bevolking zou regelmatig met dergelijke zware nachtmerries te kampen hebben. Deze angstdromen kennen vaak een terugkerend verloop of thema: het overlijden van een dierbare, bijvoorbeeld, een achtervolging of een vechtpartij. Het cliché van de val van grote hoogte (of in een bodemloze put) blijkt overigens veel minder op te duiken in nachtmerries.

Psychische patiënten lijden zwaarder
Maar mensen met een psychische aandoening zoals een depressie, een angst- of een persoonlijkheidsstoornis hebben veel vaker te kampen met (zware) nachtmerries. Een op de drie patiënten gaat eronder gebukt. Volgens dr. Van Schagen wordt er echter bij de diagnose en de behandeling zelden naar gevraagd. ‘Dat is jammer, want we beschikken over een werkende therapie.’

Het scenario van een terugkerende nachtmerrie herschrijven
Die therapie heet imagery rehearsal therapy, oftewel IRT, en werd door Van Schagen voor haar doctoraatsonderzoek getest op mensen met algemeen voorkomende psychische aandoeningen. Van Schagen: ‘Bij IRT komt het erop aan het scenario van een terugkerende nachtmerrie te herschrijven, zodat hij goed afloopt’, legt de psychologe uit. ‘We focussen bewust op het einde van de droom, waarbij we aan patiënten vragen zich dat nieuwe einde meerdere keren per dag in te beelden.’

Een groep patiënten kreeg naast hun gangbare behandeling een pakket van zes IRT-sessies voorgeschoteld, onder leiding van een getrainde therapeut. De resultaten werden vervolgens vergeleken met een andere groep die het zonder IRT moest stellen. Van Schagen: ‘De patiënten die IRT hadden gehad, gingen meer vooruit dan de patiënten zonder IRT. En niet alleen op het gebied van de psychische klachten, ook het aantal en de intensiteit van hun nachtmerries verminderde. Bovendien had de behandeling ook effect bij patiënten met meerdere psychische stoornissen.’

De kracht van de therapie zou specifiek liggen in de focus op het happy end. Van Schagen: ‘Door het slot van de nachtmerries te veranderen in een einde dat de patiënten zelf kunnen kiezen en samenstellen – het is per slot van rekening hún droom – houdt de rest van het horrorscenario geen steek meer, waardoor het instort.’

Doe het zelf?
Kan IRT ook als zelfhulptherapie worden toegepast? Van Schagen: ‘Je zou het thuis kunnen proberen, ja, al komt er wel wat concentratie en inspanning bij kijken. Maar als je dacht met de techniek ook je gewone dromen wat leuker of spannender te maken, moet ik je teleurstellen. Met IRT willen we nachtmerries in de eerste plaats tenietdoen, we vinden er geen nieuwe dromen mee uit. Ik weet wel dat er zoiets bestaat als lucide (wakkere, red.) dromen die mits veelvuldige training gestuurd kunnen worden, maar dat is een ander vakgebied.’